Leren spelen met afstand en nabijheid

Leren spelen met afstand en nabijheid

Praktijkoefening

Auteur: Robert Stamboliev

Een coach kan nooit genoeg oefeningen paraat hebben. Een ‘warm mens’, een ‘koele kikker’, ‘hij trekt zich alles teveel aan’, ‘het glijdt van haar af’. Onze taal zit vol met dit soort uitdrukkingen. Wat deze begrippen bindt, is dat ze allemaal deel uitmaken van een bijzondere en basale polariteit in relaties met anderen: die tussen persoonlijke en onpersoonlijke energie.

Persoonlijk versus onpersoonlijk

Mensen die ‘persoonlijk’ georiënteerd zijn hebben het vermogen om open te staan voor de ander en er te ‘zijn’. Persoonlijke energie inzetten maakt het mogelijk een prettige verbinding met de ander te maken en de ander op zijn gemak te stellen bijvoorbeeld.

Met zakelijke of onpersoonlijke energie bewaar je meer afstand. Je trekt dan een virtuele grens tussen jezelf en de buitenwereld en bouwt daar als het ware een muur. Door deze afscherming komt een ander niet zomaar, ongehinderd, binnen.

Meestal is men zich niet bewust van de eigen stijl. Beide toestanden hebben hun voor- en nadelen. Mensen die energetisch open zijn maken gemakkelijk verbinding, maar kunnen ook eerder gekwetst worden als deze ‘nabijheid’ niet gewaardeerd wordt. Mensen die van nature meer onpersoonlijk zijn kunnen gemakkelijk het overzicht bewaren maar missen vaak inlevingsvermogen en worden door ‘persoonlijke’ mensen als te afstandelijk ervaren.

In mijn praktijk zijn dit vaak thema’s waar de coaching zich op richt.

Onpersoonlijke energie (impersonal)

In Voice Dialogue gaat de Begeleider (B) het gesprek aan met subpersoonlijkheden in de cliënt (C). De begeleider spreekt daarbij de cliënt niet alleen als totaalpersoon aan, maar gaat via de eigenschap het gesprek aan met de subpersoonlijkheid binnen de cliënt die verantwoordelijk is voor deze eigenschap. Je wilt in gesprek met de verschillende subpersoonlijkheden zodat de client zichzelf beter kan leren kennen en een ‘bewust ego’ ontwikkelt dat kan kiezen welke subpersoonlijkheid het wanneer en in welke mate inzet. In onderstaande dialoog gaat de Begeleider (B) het gesprek aan met de subpersoonlijkheid binnen de Cliënt (C) die staat voor al haar zakelijke energie:

B: hoe gedraag je je?
C: ik ben mentaal, intelligent.

B: waar help je C bij?
C: als er een aanval op haar wordt gedaan, b.v.: ‘je doet het niet goed genoeg’ dan help ik haar.

Dan zet ik een soort muur om haar heen en zeg tegen haar: je doet het goed.

B: dus als je dan kritiek krijgt komt die niet helemaal binnen?
C: ja, precies.

B: hoe voelt dat, kun je dat beschrijven?
C: ik ben een verbaal type, ik zie patronen en kan zien en snappen hoe het zit. Als dat lukt sta ik stevig op de grond.

Onpersoonlijke energie geeft focus en duidelijkheid; het zorgt voor autonomie en ongenaakbaarheid. Deze onpersoonlijke kant helpt om niet meteen ‘Ja’ te zeggen op vragen en voorstellen van anderen, maar ze eerst te beschouwen. In een vergadering kan het handig zijn deze energie te gebruiken, opdat goede besluiten genomen kunnen worden

Persoonlijke energie (personal)

Hoe meer je er persoonlijke energie bijhaalt, hoe meer je weer in contact zult zijn met de emoties en behoeftes van de anderen, dit geeft verbinding en draagvlak. Een voorbeeld van een dialoog tussen de Begeleider (B) en de subpersoonlijkheid die staat voor alle persoonlijke energie bij de Cliënt (C), vind je in deze korte dialoog:

B: als je je persoonlijke energie naar boven haalt wat voel je dan?
C: warmte.

B: hoe ervaar je ons contact?
C: als een warm bad.

B: als je om je heen kijkt, wat merk je dan? Voelen anderen jouw energie ook?
C: ik zie veel glimlachende mensen, dat is fijn.

B: probeer de energie nu weer te laten zakken, van 100 naar 50 %, naar 20%. Zo scheiden we weer van elkaar.

De thermostaatknop

De laatste interventie van de begeleider nodigt uit om regie te voeren over de mate waarin je persoonlijke energie kunt toevoegen of kunt laten afnemen. Het is werkelijk zo dat je bij jezelf een bepaalde energie ‘aan’ kunt zetten, de knop als het ware hoger kunt draaien, en weer ‘uit’ kunt zetten door deze lager te draaien. Zo kun je symbiotisch opgaan in de ander bij een maximum aan persoonlijke energie of weer teruggeworpen worden op jezelf met strakke begrenzingen rondom je eigen systeem door de persoonlijke energie als het ware terug te schroeven. In lijf en leden leer je via het hanteren van deze ‘thermostaatknop’ voelen wat het met je doet als je met je volle aandacht gericht bent op de ander (persoonlijke energie), of op jezelf gericht bent en meer begrensd (onpersoonlijke energie). Het gaat erom je bewust te worden wanneer je, bij wie en in welke situatie, meer de neiging hebt tot het een of het ander. Geen van beide is goed of slecht!

Om jezelf beter te leren kennen op dit vlak en deze energieën bewust te leren hanteren, is er de volgende oefening.

Oefening

Oefening: persoonlijke en onpersoonlijke energie in contact met de ander

  1. Begeleider en cliënt gaan tegenover elkaar zitten, zodanig dat ieder zowel een eigen ruimte om zich heen kan voelen én – indien gewenst – zich verbonden kan voelen met de ander. Ieder doet even de ogen dicht en ontspant zich.
  2. Dan zetten beiden hun persoonlijke energie vol aan. Ieder gaat na hoe dat voelt: comfortabel, onwennig? Blijf je ademen? Wat voel je in je lichaam?
  3. Beiden draaien dan de interne knop naar 50% en ieder neemt waar wat er gebeurt; dan naar 25% en 0%.
    Merk het contact met de bodem, je adem. Neem eventueel nog meer energie terug bij jezelf of laat energie van de ander weggaan.
  4. Keer allebei terug naar de beginpositie. Beide personen komen weer even tot zichzelf en sluiten weer even de ogen.
  5. Nu roepen beiden hun onpersoonlijke energie op en zetten die aan.
  6. Maak contact met de ander en bespeur hoe dat is. Hoe zie je de ander nu? Wat zijn z’n sterke of zwakke kanten? Hoe zou het bijvoorbeeld zijn om samen met die ander een huis te bouwen? Is het contact anders dan in de vorige oefening?
  7. Draai dan de knop in stappen weer terug, van 100 naar 50 en via 25 naar 0%.
  8. Wissel kort uit hoe het was om dit alles te doen en te ervaren.
  9. Na afloop van deze eerste ronde doen beide personen de oefening nog tweemaal met dezelfde opbouw, nu met beiden in tegenovergestelde energie, de een in persoonlijke, de ander in onpersoonlijke energie.
  10. Hoe is het om het verschil in energie te voelen? Hoe ervaar je jezelf en de ander nu?

Door deze oefening drie maal met steeds een verschillende combinatie aan energieën uit te voeren, krijgen cliënten inzicht in de energetische wisselwerking tussen mensen. De begeleider kan vanuit deze ervaring samen met de cliënt lessen en handvatten destilleren hoe de cliënt hier bewuster mee kan spelen.

Literatuur

  • Brugman, B., Budde, J. & Collewijn, B. (2014). Ik (k)en mijn Ikken. Zaltbommel: Uitgeverij
  • Thema.Stamboliev, R. (2012). De energetica van Voice Dialogue. Utrecht: Uitgeverij
  • AnkhHermes.Stone, H. & Stone, S. (2015). Van elkaar houden zonder jezelf te verliezen. Utrecht: Uitgeverij AnkhHermes.

Illustraties

  • Tekeningen door Franca Errani van Innerteam, Italie.

Top